Kleuren combineren

Kleur is een complexe materie waar elkeen van ons mee te maken heeft.
In de rubriek ‘Kleur & symboliek’ wordt je duidelijk gemaakt dat kleur diverse gevoelens opwekt.
Bovendien zijn er de invloeden die kleuren bekomen van allerlei factoren. Koppel dit aan je eigen gevoelens en je merkt al gauw dat kleuren combineren geen eenvoudige klus is, maar een samenloop is van kennis, kleurgevoel, ervaring, en professionalisme.

Externe omgevingsfactoren die kleur beïnvloeden:
- Andere kleuren aanwezig in het gezichtsveld van de bedoelde kleur
Bij het inrichten van een interieur heb je steeds een aantal ‘vaste’ waarden, zoals de vloer(bekleding),meubliair, decoratie, gordijnen,… welke een levensduur hebben die deze van het komende schilderwerk zullen overstijgen. De kleuren van deze zaken zullen uiteraard bepalend zijn bij je toekomstige kleurenkeuze. Bovendien dien je ook rekening te houden met de kleuren die je zelf aanbrengt. Immers kleuren kunnen elkaar versterken, doch ook afzwakken. Zo zullen felle kleuren steeds een gloed afwerpen op aangrenzende, zeker lichte kleuren, daar deze de eigenschap hebben licht te weerkaatsen. Het oordeelkundig aanbrengen van een complementaire kleur kan hier vaak iets aan verhelpen. Zo zal bijvoorbeeld een rode accentmuur waar via een groot raam direct zonlicht opvalt, de andere mure roze kleuren!

- Het ‘gewicht’ van elk van de te schilderen kleuren
Elke kleur heeft een ‘denkbeeldig en gevoelsmatig gewicht’. Zo zal een donkere kleur zwaarder lijken dan
een bleke kleur, zoals ook een felle kleur zwaarder lijkt dan een zachte tint. Kunst is daarbij de perfecte
balans te vinden tussen de aan te brengen kleuren, waarbij uiteraard niet alleen het gewicht zelf van
de kleur een rol zal spelen, doch eveneens het volume of het te schilderen oppervlak van elk van de
kleuren van belang is. Volgens Johannes Itten is de balans in perfect evenwicht als de basiskleuren in
de hiernavolgende verhoudingen een oppervlak vullen.

groen 6 rood 6
oranje 4 blauw 8
geel 3 paars 9

Zo zal een kleine accentmuur een helderder en feller kleur aankunnen, en dient men bij grotere accentmuren eerder naar lichtere, minder zuivere en verzadigde kleur (met meer grijswaarden) over te gaan.
Deze grotere muur met een zachtere accentkleur zal dezelfde gevoelswaarde en ‘denkbeeldig’ gewicht
hebben dan een kleine accentmuur in een scherpe felle kleur. Donkere kleuren zullen hierbij een onder
steunende rol vertolken. Daarbij is het belangrijk deze ‘donkerder’ kleuren onderaan aan te brengen.
Zij zorgen immers voor stabiele ‘funderingen’. Pilaren, vloeren, plinten of steunmuren zullen des te sta
bieler overkomen in een donkerder, dan wel in een bleke kleur. Donkere kleuren bovenaan aanbrengen
zal eerder voor een labiel evenwicht zorgen, en zouden daardoor wel eens op je hoofd kunnen vallen!
Daardoor zal een voorwerp (bvb. een schouw) in een bleke tint er lichter uitzien dan datzelfde voorwerp
in een donkere kleur. Onthou dat licht steeds vóór donker komt. Op Onderstaand figuur lijkt de witte
rand rond het zwarte vierkant duidelijk groter dan de zwarte rand rond het witte vierkant.

Dit betekent dat een schouw in een bleke kleur op een donkere achtergrond kleiner zal lijken dan een
donkere schouw op een bleke achtergrond. Verf je de schouw mee in dezelfde kleur als je muur, dan zal
deze als het ware lijken op te gaan in haar achtergrond en lijken te vervagen.

 

TIP: Wees behoedzaam bij het kiezen van kleuren op een klein kleurstaal. Immers kleuren in een groot oppervlak lijken steeds helderder en levendiger dan kleuren op een klein oppervlak!
Bij twijfel is het beter een iets lichtere kleurtoon te kiezen dan deze welke men voor ogen had!

– Oriëntatie van de kamer
Gezien de zon op diverse momenten van de dag een andere gevoelswarmte en een andere intensiteit
heeft is het evident dat de oriëntatie van de kamer ten opzichte van de zon een grote rol zal spelen. De
zon komt op in het oosten en brengt een licht gele gloed binnen. Op de middag staat de zon in het zuiden
en heeft zij haar grootste lichtsterkte bereikt. De kleur zal dan ook meer licht weerkaatsen waardoor de
kleuren lichter en helderder zullen lijken. Daaromgeeft direct zuiders zonlicht op de middag de kleuren
natuurgetrouwst weer. Op dat moment is er een ideale balans tussen ‘koud’ en ‘warm’ licht, en dus ook
blauw/grijs’ en ‘geel/rood’ licht. Avondzon werpt een rode gloed binnen. In het noorden komt helemaal
geen direct zonlicht binnen zodat alles er kil en grijs zal uitzien, wat nog verergert bij valavond en regenachtig of bewolkt weer.
Voorzichtig met geel in het oosten en rood of roze in het westen omdat door het binnenvallend zonlicht
deze kleuren gaan versterken. Vermijd koude kleuren in het westen en noorden, ze lijken er nóg kouder!

- Lichtintensiteit

Gezien kleur de weergave is van de golflengtes welke worden weerkaatst, dan wel worden geabsorbeerd,
is het evident dat er minimaal licht aanwezig dient te zijn om kleur waar te nemen, zoniet ziet men enkel
zwart. Daarom is niet enkel de oriëntatie van een ruimte ten opzichte van de binnenvallende zon belangrijk maar tevens de hoeveelheid licht, of lichtsterkte. Bij weinig licht (lage zonnestand, zwakke sterkte bij-
voorbeeld in de winter of bij bewolking, maar ook bij kleine vensteropeningen) zal minder licht gereflec
teerd worden, dus krijgen we meer verzadigd, somberder licht. Zo ook zal in de schaduw van een voorwerp of op een muur waar minder zonlicht op valt de kleur somberder, grauwer, grijzer lijken.
Test: breng je hand tussen een lichtbron en een voorwerp waarop deze schijnt, en er ontstaat
schaduw, ttz. de kleur zal er merkelijk grijzer uitzien!


Minder lichtinval                          Meer lichtinval

- Kunstmatige lichtbronnen
et spreekt voor zich dat ook de aard van (kunstmatige) verlichtingsbronnen voor een kleurnuance zul
len zorgen. Globaal gezien hebben gloeilampen het warmste licht, waarna fluorescerende (TL) lampen,
halogeenlampen en tot slot LED-verlichting komt, welke een wit-blauwe en koele uitstraling heeft. Heden
ten dage bieden de meeste fabrikanten echter fluorescerende lampen aan, in zowel cool als warm white,
maar ook LED verlichting met een warme gloed. De aard en de keuze van de lichtbron zal door de lichtweerkaatsing dus ook een andere kleurwaarneming veroorzaken. Warm licht zal de kleur eerder rood/
geler, dus warmer weergeven waarbij de grijze tinten eerder verzwakken. Koud licht zal een kleur eerder
blauw/groener en dus koeler zal weergeven. Halogeenlicht is dan weer het licht welke daglicht het dichtst
benadert. Bijgevolg, zal je keuze van verlichting even belangrijk zijn als je kleurenkeuze!


Koud licht                                       Warm licht

- Seizoen
Voortvloeiend uit het feit dat zowel de intensiteit van het licht als de oriëntatie van de zon kleuren beïnvloeden, zullen dus ook de seizoenen hun invloed hebben op het timbre van je kleuren. Zo zal bvb. In
de winter als de zon laag staat, er weinig of toch minder lichtinval is, de lucht grauwer ziet, de natuur
bruin gekleurd is, de kleuren daardoor somberder gaan lijken. Daarentegen in het voorjaar, bij een open
hemel, als de zon hoger staat en meer licht binnenwerpt, als de natuur groen kleurt, zullen automatisch
alle kleuren frisser lijken.

- Mode

Uiteraard zal mode een grote invloed uitoefenen bij je uiteindelijke kleurenkeuze. Immers ook kleuren
zijn onderhevig aan tendenzen. Kleuren als bois-de-rose, zalmrose, ultramarijn, kastanjebruin, vanille,…
zijn wat in onbruik geraakt. Daarentegen zijn kleuren als limoen en fuchsia, naar analogie met de mode,
nu in volle opgang. Kleur is dan ook een levendige materie welke steeds in beweging is, en voortdurend
ons gemoed beroert.

- Eigen gevoelsingesteldheid
Uiteraard zal ook je eigen gevoelsingesteldheid meespelen bij de perceptie van kleuren en het maken van
je eigen kleurencombinaties. Elke persoon heeft immers voorliefdes voor bepaalde kleuren, evengoed als
afkeer van bepaalde kleuren. Zo kan iemand een algemene aversie hebben tegen bvb. paars.
Anderzijds kunnen ook tijdelijke aversies en voorkeuren meespelen. Een tijdelijke aversie kan ontstaan
door bijvoorbeeld langdurige confrontatie met een bepaalde kleur, waardoor men er (tijdelijk) is op uitgekeken. Tijdelijke voorkeuren kunnen hun oorsprong vinden bij diverse modetrends, doch ook vaak als
reactie op een bepaalde aversie.

- Stijl

Het spreekt voor zich dat elke stijl zowat zijn eigen kleurenpallet heeft. Zo zal een klassiek interieur andere
kleuren vragen als een landelijk, modern of minimalistisch interieur. Bepaalde kleuren horen nu eenmaal
bij een bepaaldestijl. Het is zaak dit te respecteren.

- Glansgraad
Glanzende kleuren weerkaatsen meer licht waardoor glanzende oppervlakken lijken naar je toe te komen
en daardoor de ruimte optisch zullen verkleinen. Glanzende kleuren zullen daardoor drukker zijn dan
matte kleuren. Matte kleuren zullen decoratiever en rustiger lijken.
Glansgraden heb je in verschillende gradaties, gaande van exra mat, welke zo goed als niet reflecteert,
over mat en zijdemat/zijdeglans of satin tot hoogglanzend, welke niet alleen het aanwezige licht zal reflecteren, maar veelal ook voorwerpen uit zijn onmiddellijke omgeving. Daaruit volgt dat:
- hoe matter een oppervlak is, des te meer onvolkomenheden van de ondergrond of eventuele fouten in
schilderwerk zullen gecamouffleerd worden. Glanzende(r) verf zal deze gebreken juist gaan accentueren.
- hoe hoger de glansgraad van een verf, des te gemakkelijker deze te reinigen zal zijn.

- Structuur van het materiaal
Aangezien de structuur van een oppervlak inwerkt op de glansgraad, zal de kleurperceptie bijgevolg ook
variëren naarmate de structuur van dit oppervlak. Een glad oppervlak zal het licht weerspiegelen. Bij een
oneffen oppervlak zal het licht, afhankelijk van de structuur ervan helamaal anders worden gebroken en
verstrooid, waardoor onze perceptie van deze kleur anders is. Bijgevolg, eenzelfde kleur met verschillende structuren, zal mede door het spel van de schaduwen van hun reliëf, deze kleur anders weergeven.
Zo zullen ook gebogen oppervlakken een kleur meer intensifiëren.

- Richting
Uit voorgaande resulteert dat, naarmate wij een kleur (zeker bij reliëfstructuren) vanuit een andere hoek
bekijken, juist tegen of met de structuur mee, wij andere schaduwen zullen krijgen, en dus ook een andere kleurwaarneming zullen hebben. Bepaalde kleurmaterialen, waaronder in de eerste plaats metallics of
parelmoer, zijn zeer richtinggevoelig, en zullen naarmate de richting van de lichtbron of de waarnemer
wijzigt, van kleur lijken te veranderen.

- Horizontaal vs vertikaal
Strepen zullen het ruimtelijk gevoel van je kamer in grote mate mee bepalen. Zo zullen horizontale strepen de illusie wekken dat een kamer breder dan wel langer lijkt en het plafond optisch zal verlagen. Verticale strepen daarentegen zullen muren en plafonds hoger doen lijken.
Dit zal ook het geval zijn met bouwtechnische elementen welke een verticale of horizontale impact hebben, denk maar aan schouwen, pilaren, kleine steunmuren, plinten, mouluren, lambrizeringen,… Geschilderd in een sterk contrasterende kleur met de muur waarvan zij deel uitmaken,zullen deze accenten
ruimteverlagend, dan wel ruimteverlengend werken!
Diagonale effecten zullen eerder ruimtevergrotend werken en beweging simuleren.

Naast externe factoren die een kleur kunnen beïnvloeden is de kleurenkeuze en de combinatie van deze
kleuren belangrijk.
Er zijn dan ook een aantal regeltjes die je hierbij kunnen helpen.

Optische verschijnselen bij het gebruik van kleuren

In de rubriek Kleur en ruimte kan je zien hoe kleuren inwerken op dimensie.
Behalve dat kleur de dimensie van een ruimte optisch wijzigt en een bepalende rol hierbij speelt zal kleur
ook nog andere nevenverschijnselen hebben.

- Kleur en afstand
Kleuren gaan op verschillende manieren om met afstand.
- Zo zullen felle en verzadigde kleuren meer naar voren komen en zich opdringen en daardoor een ruimte
eerder verkleinen. Vergrijsde tonen lijken eerder onecht en zullen een ruimte daardoor optisch vergroten.
Bleke, onverzadigde kleuren zijn daarentegen eerder onopvallend en gaan wijken waardoor de ruimte
volumineuzer lijkt.
- Doordat het menselijk oog voorwerpen op afstand minder scherp en kleiner waarneemt dan dezelfde
voorwerpen welke zich dichterbij bevinden, zal onze perceptie van kleur hierdoor worden beïnvloed, en
zal de kleur op verre afstand steeds minder scherp overkomen. Het is immers eigen aan kleur, dat naar
mate haar volume toeneemt ook de intensiteit toeneemt (een kleine rode stip zal minder fel overkomen
dan dezelfde rode kleur op een volle wand). Bovendien lijkt een kleur in de verte te vervagen en één te
worden met de kleur van haar achtergrond, denk maar aan een bergketen waarvan de veraf gelegen
toppen lijken op te gaan in de horizon.

- Inwerking van kleuren op elkaar
Het is algemeen bekend dat kleuren een grote invloed hebben op elkaar. Zo zal rood nog roder lijken als
het naast zijn complementaire kleur, dus groen, staat. Zo ook voor de andere complementaire kleuren.
Naast zwart en wit zal dit contrast alleen maar toenemen. Daarentegen, als je een weinig van de ene
contrastkleur bij de andere contrastkleur mengt, en omgekeerd, zal het contrast afnemen. Grijs zal dan
weer aanwezige contrastkleuren afzwakken.
Bovendien zal op een bleke achtergrond een kleur donkerder overkomen, terwijl dezelfde kleur op een
donkere achtergrond bleker zal overkomen.
Contrasten zijn he sterkst bij primaire kleuren, en zullen afnemen naarmate men met secundaire en
tertiare kleuren werkt. Naarmate kleuren minder fel of helder worden zal het contrast ook afnemen.

- Nabeeld of successief contrast
Dit is het verschijnsel waarbij een nabeeld wordt gevormd in onze hersenen in de complementaire kleur
van de eigenlijke kleur, en treed vooral op bij felle kleuren. Bij dergelijk fenomeen kunnen vrij nefaste bijwerkingen optreden in ruimtes waar sterk geconcentreerd wordt gewerkt, denken wij bijvoorbeeld aan
chirurgen die geconcentreerd op de felle rode kleur van bloed dienen te kijken. Mochten deze mensen in
witte ruimte plots dienen op te kijken, zou een (groen) nabeeld ontstaan, waardoor ze even van de realiteit
zouden zijn afgesneden. Om dit nabeeld te neutraliseren dragen zij groene schorten.

Kleurenharmonie & kleurencombinaties
Kleurenharmoniën kunnen bekomen worden door verschillende kleurencombinaties. Bij de ordening van
kleuren is het visuele aspect voor het oog belangrijk. Het gevoel van orde bij het combineren schept een
rustig gevoel. Wanordelijke combinaties zijn meestal minder harmonieus, eerder saai en chaotisch.
Net als bij muziek, bestaan bij kleurencombinaties ook akkoorden. Hierna proberen wij deze even op een
rijtje te zetten:
- Monochromatische harmonie
Deze vorm van kleurenharmonie wordt ook wel eens ‘ton-sur-ton’ genoemd en wordt gevormd door
kleuren die met zichzelf of met tonen van de eigen kleurtoon of tint in harmonie zijn en waarvan de
nuance bestaat uit verschillen in verzadiging of helderheid, maar wel steeds binnen één kleur.
- Harmonie door analogie
Analoge kleurenschema’s gebruiken kleuren die naast elkaar liggen op de kleurencirkel en steeds dezelfde
helderheid en verzadiging hebben. Daardoor bied dit schema iets meer nuances en variaties als het
monochromatische schema.
- Harmonie door contrast
Zoals het woord zelf zegt zal bij deze vorm van kleurencombinaties gebruik gemaakt worden van twee of
meerdere kleurtonen. Naargelang de plaats van deze kleuren op de kleurencirkel spreekt men van:

  • a. complementair contrast
    Dit is het contrast gevormd door de twee kleur(ton)en welke zich diagonaal tegenover elkaar bevinden
    op de kleurencirkel, en zowel in helderheid als verzadiging dezelfde waarden hebben. M.a.w. zij verhou
    den zich als een lijn tot elkaar.
    b. gespleten complementair contrast
    Bij gespleten complementair contrast wordt met drie kleuren gewerkt, en wordt de complementaire
    kleur vervangen door de kleuren links en rechts ervan, ook hier eveneens steeds in dezelfde waarden van
    helderheid en verzadiging. M.a.w., zij verhouden zich als een gelijkbenige driehoek tot elkaar.
    c. triangulair contrast
    Bij triangulair contrast worden net als bij gespleten complementair contrast eveneens met drie kleuren
    gewerkt doch hier liggen de drie kleurtonen steeds op eenzelfde afstand van elkaar. M.a.w., zij verhouden zich als een gelijkzijdige driehoek tot elkaar.
    d. dubbel gespleten complementair contrast
    Bij dubbel gespleten contrast verhouden de kleur(ton)en zich tot elkaar zoals bij een eenvoudig complementair contrast, doch hier worden niet de 2 contrastkleuren zelf gebruikt maar de twee kleuren links en
    rechts ervan, telkens op eenzelfde afstand van elkaar. M.a.w., zij verhouden zich als een rechthoek (met
    2 korte zijden) tot elkaar.
    e. Helder/donker contrast
    Dit is een van de meest elementaire contrasten waarbij met van dezelfde kleurtoon een bleke kleur tegen
    over een donkere kleur plaatst, bvb. lichtblauw versus donkerblauw.

- Harmonie met verspringend contrast
Bij deze kleurencombinatie zal zowel de kleurtoon, de helderheid, als de verzadigen wijzigen, doch steeds
volgens een vooropgezet algoritme. Zo zal bvb. de kleurtoon telkens 5 stappen naar links opschuiven, terwijl bvb. de verzadiging telkens met 3 stappen zal toenemen, en de helderheidmet 7 stappen zal afnemen.

Aan de hand van het Akzo ACC kleurcoderingssysteem (zie Kleur en kleurcodering) geven wij je hierna
enkele practische voorbeelden hoe je zelf je ‘eigen kleuradvies’ kunt samenstellen.
Dit systeem vertekt van een cilinder met bovenaan in het centrum wit en onderaan in het centrum zwart.
De cilinder wordt verder verdeeld in segmenten (vertikaal) en schijven(horizontaal).op deze manier kan
kleur, intensiteit of helderheid en verzadiging worden gecodeerd, wat betreft de kleurtoon: in 1 letter + 1
cijfer, de intensiteit of helderheid en de verzadiging worden weergegeven in groepen van 2 cijfers.

Voorbeeld waarbij kleur J0.20.30 staat voor een donkergroene kleur.
K2 staat voor een (bepaalde) kleurtoon groen
30 staat voor een lage verzadiging (weinig toevoeging van grijs/zwart)
70 staat voor een hoge helderheid (bleke kleur)

Kleurharmonieën voor deze kleur zou je bvb. op volgende manieren kunnen bekomen:
1. Door de verzadiging te wijzigen met behoud van kleurtoon en helderheid
J0.20.30 + J0.10.60 + J0.07.77 = ton-sur-ton harmonie
2. Door de helderheid te wijzigen met behoud van kleurtoon en verzadiging
J0.20.30 + J0.20.50 + J0.20.80 = ton-sur-ton harmonie
3. Door de kleurtoon te wijzigen met behoud van verzadiging en helderheid
J0.20.30 +L0.20.30 + N0.20.30 = harmonie door analogie
4. Door zowel de kleurtoon, de helderheid, als de verzadiging te wijzigen
J0.20.30 + A0.10.60 (complementaire kleur) + A0.07.77 = harmonie met verspringend contrast
5. Eender welke geometrische combinatie op de kleurencirkel

- Tips
Om sterk verschillende kleurencombinaties enigzins te harmoniëren kan het geraadzaam zijn een tikkeltje
van de ene kleur aan de andere kleur toe te voegen. Het felle contrast zal iets verzachten en beter harmonie.
Een kleur zal steeds harmoniëren met de afzonderlijke kleuren waaruit deze is samengesteld of met andere mengverhoudingen van deze kleuren!

Zie je het bos niet meer door de bomen, of wens je eens een andere visie van een niet vooringenomen
kleuradviseur, ga naar aanvraag afspraak, of stuur ons een mailtje.

Wens je van onze expertise gebruik te maken, of wens je een gepersonaliseerd kleuradvies, ga naar
contact, concept of consultancy. Aarzel niet om contact op te nemen.

Uw Colorshop team